Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:21.

Voortbouwend op het hiervoor in 2.22 neergelegde uitgangspunt dat voor het instellen van cassatieberoep moet worden aangesloten bij art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv., zou dan gelden dat “de rechter in eerste aanleg” (de bodemrechter) bevoegd is. Dit strookt ook met de geschorste toestand waarin het bodemgeschil zich na een tussentijds hoger beroep en totdat in cassatie uitspraak is gedaan, blijft bevinden . Dit is bovendien in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever het instellen van een rechtsmiddel te koppelen aan de tussen partijen aanhangige bodemprocedure. Aan de andere kant brengt dit mee dat de bodemrechter zich tweemaal uitlaat over de mogelijkheid een rechtsmiddel in te stellen. Een dergelijke gang van zaken acht ik niet wenselijk. De wetgever heeft de regeling van art. 1019cc Rv. laten aansluiten bij art. 337 lid 2 Rv. . Daaruit spreekt de wens van de wetgever om de rechter die de beklaagde uitspraak heeft gewezen, bevoegd te achten zich over de mogelijkheid tot het tussentijds aanwenden van een rechtsmiddel uit te laten. Al met al ligt het m.i. het meest voor de hand om voor cassatie aan te sluiten bij art. 401a lid 2 Rv., zodat het hof het vereiste verlof moet verlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3031ea42a67a9287706b67bb180ef54605faaf6a26a718aaea19f71fb5350a84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3031ea42a67a9287706b67bb180ef54605faaf6a26a718aaea19f71fb5350a84, en de alinea staat in dat document op bytes 40604 tot 41964.