Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015
Alinea 486 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2193.
28. Dat is anders waar het gaat om uitspraken over het waarheidsgehalte van de ingetrokken verklaring en uitspraken die gedaan worden over de vraag in hoeverre de verklaringen van [betrokkene 1] passen in enerzijds de hypothese dat de aanvrager de dader is van de delicten en anderzijds de hypothese dat de aanvrager onschuldig is, hetgeen gerelateerd wordt aan wat uit het dossier kan worden opgemaakt over de toedracht van de misdrijven. Dit zijn beoordelingen die Van Koppen geeft als rechtspsycholoog en dus als deskundige. In het kader van de vraag of deze als nova zouden moeten worden aangemerkt geldt dat dit afhangt van de mate van zekerheid waarmee deze uitspraken worden gedaan en of deze zwaarwichtig genoeg zijn om de bewijsconstructie als zodanig aan te tasten. Waarschijnlijkheidsoordelen over bijvoorbeeld of het ene scenario meer voor de hand ligt dan het andere zullen hiertoe in zijn algemeenheid niet voldoende zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0, en de alinea staat in dat document op bytes 126022 tot 126971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0 | shasum -a 256