Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015
Alinea 487 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2193.
29. Ten aanzien van de betekenis die moet worden gehecht aan de conclusie die Van Koppen trekt naar aanleiding van de vraag of aanvrager al dan niet daderinformatie met [betrokkene 1] heeft gedeeld, heb ik grote aarzelingen. Ik doel daarbij op het door de politie veronderstelde ‘broodplank-scenario’ dat Van Koppen zo onwaarschijnlijk acht dat het wel aan het dossier moet zijn ontleend en dus geen daderinformatie van aanvrager kan zijn. Moet dit worden aangemerkt als een deskundigeninzicht dat als novum zou kunnen worden aangemerkt omdat het ingaat tegen de vaststelling van het hof dat aanvrager kennelijk over daderkennis beschikte toen hij de afspraken met [betrokkene 1] maakte? Mij dunkt dat de deskundigheid van Van Koppen, waarvan hij verantwoording aflegt middels het verkorte curriculum vitae bij zijn rapport, zich niet uitstrekt over de vraag of het aan [slachtoffer] toegebrachte schedelletsel kan zijn ontstaan door het geven van een klap of meerdere klappen met een broodplank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0, en de alinea staat in dat document op bytes 126979 tot 127993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0 | shasum -a 256