Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015
Alinea 488 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2193.
30. In dat verband verwijs ik naar de uitvoerige bespreking van mijn ambtgenoot Aben van het novumbegrip, in zijn conclusie voorafgaand aan HR 11 juni 2013. De aanleiding voor deze bespiegelingen is de wetswijziging die in werking is getreden op 1 oktober 2012 waarbij het novumbegrip is verruimd. In deze conclusie stelt hij zich onder andere de vraag wat een deskundigeninzicht nu eigenlijk is en wanneer dit zou kunnen worden aangemerkt als een novum in het kader van een herzieningsprocedure. Is er een verschil tussen het deskundigeninzicht van een DNA-deskundige die overeenkomsten in DNA-kenmerken vergelijkt en de kans berekent in hoeverre DNA-kenmerken gevonden in sporenmateriaal afkomstig kan zijn van een willekeurig individu en het inzicht van een rechtspsycholoog die een bekennende verklaring van een verdachte op betrouwbaarheid onderzoekt? Aben schrijft, dat hij het antwoord hierop niet goed weet, maar wel bepaalde vermoedens heeft:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0, en de alinea staat in dat document op bytes 128001 tot 129029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ece6e7d4ca3ef6caa1fafd12ec7aa00cc61b76b03ac6b38c364676d4154d7b0 | shasum -a 256