Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2196.
De praktijkovereenkomst is wél een wettelijk begrip en terug te vinden in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (Stb. 1996, 397). Volgens deze wet wordt de beroepspraktijkvorming verzorgd op grondslag van een overeenkomst, de zogeheten praktijkovereenkomst (voorheen: de leerovereenkomst). Bij deze overeenkomst zijn drie partijen betrokken: de onderwijsinstelling, de leerling en het bedrijf c.q. de organisatie waarbij de praktijkervaring wordt opgedaan (zie art. 7.2.8 en 7.2.9 van genoemde wet). Deze praktijkovereenkomst dient in elk geval bepalingen te bevatten over de duur ervan, over de omvang van de periode van de beroepspraktijkvorming, over de begeleiding van de deelnemer, de door de leerling te verwerven kwaliteiten (eindtermen) en de beoordeling daarvan, en de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9066f9d7f0e1f4ce76561b5685f58ef174193797c6f9529939ebcb0b5da5bc76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9066f9d7f0e1f4ce76561b5685f58ef174193797c6f9529939ebcb0b5da5bc76, en de alinea staat in dat document op bytes 84529 tot 85402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9066f9d7f0e1f4ce76561b5685f58ef174193797c6f9529939ebcb0b5da5bc76 | shasum -a 256