Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:22.

Uit het bepaalde in art. 10 Rv volgt dat de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter ten aanzien van het verlof tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis kan worden gebaseerd op art. 985 Rv jo. art. 1076 lid 6 Rv, wanneer de rechtsmacht niet voortvloeit uit een andere bepaling opgenomen in de genoemde eerste afdeling. De bevoegdheidsgronden van art. 985 Rv jo. art. 1076 lid 6 Rv werken voor het bepalen van de internationale bevoegdheid derhalve niet exclusief, maar gelden krachtens art. 10 Rv als ‘sluitsteen’. Zou bijvoorbeeld de verzoeker van het verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats hebben, dan komt aan de Nederlandse rechter internationale bevoegdheid toe op grond van art. 3, aanhef en onder a, Rv. Komt de Nederlandse rechter niet op grond van art. 2 t/m 8 Rv rechtsmacht toe, dan heeft de rechter desalniettemin op grond van art. 9, aanhef en onder a, Rv rechtsmacht indien het geschil ‘een rechtsbetrekking betreft die ter vrije bepaling van partijen staat en de gedaagde of belanghebbende in de procedure is verschenen niet uitsluitend of mede met het doel de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te betwisten, tenzij voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter geen redelijk belang aanwezig is’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d9cc3f9564d5d756676de724c05069787b8dcc1f1039efce6245b407b72847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d9cc3f9564d5d756676de724c05069787b8dcc1f1039efce6245b407b72847, en de alinea staat in dat document op bytes 18861 tot 20287.