Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2200.

Overigens zou het beroep inhoudelijk zijn opgegaan. Heel kort weergegeven komt het erop neer dat de appelrechter in kort geding zich in deze zaak heeft gericht naar de bodemrechter, maar in die bodemzaak was niet dezelfde kwestie aan de orde als in dit kort geding (inbreuk), want dat betrof een nietigheidszaak . Het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep richt zich tegen het door het Haagse hof in onze zaak op grond van het bodemvonnis van de rechtbank in de nietigheidszaak als uitgangspunt genomen oordeel dat de rutheniumzout-gekatalyseerde oxidatie geen essentieel kenmerk was van de uitvinding die in WO 738/EP 791 is geopenbaard. In de nietigheidszaak had de bodemrechter de beschermingsomvang van EP 791 nog niet beoordeeld. Daarin was immers aan de orde de geldigheid van EP 840 in verband met toegevoegde materie. Dat zijn inderdaad wezenlijk andere kwesties, zoals het middel terecht naar voren brengt. De rechtbank heeft in de inbreukbodemzaak van 23 juli 2014 ook overwogen dat zij met haar oordeel in de nietigheidszaak over EP 840 niets over de beschermingsomvang van EP 791 heeft gezegd. Zodoende lijkt mij juist dat het hof zelfstandig de beschermingsomvang van EP 791 had moeten onderzoeken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fac40210c6833121d575ede37dcabfc743789441612ea2babe90b163df956ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fac40210c6833121d575ede37dcabfc743789441612ea2babe90b163df956ec, en de alinea staat in dat document op bytes 169687 tot 170978.