Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2209.

De rechtbank heeft in rov. 5.3 overwogen dat de uitspraak van de Supreme Court voor erkenning in aanmerking komt krachtens art. 10:100 lid 1 BW. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat art. 4 lid 1 RWN uitdrukkelijk bepaalt dat verkrijging van het Nederlanderschap door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap alleen mogelijk is, indien de betrokkene minderjarig is. Overeenkomstig art. 2 lid 1 RWN heeft verkrijging van het Nederlanderschap – anders dan gerechtelijke vaststelling van het vaderschap – geen terugwerkende kracht. De rechtbank is daarom van oordeel dat het in strijd is met de RWN het Nederlanderschap toe te kennen bij een na het bereiken van de meerderjarigheid in het buitenland gerechtelijk vastgestelde familierechtelijke betrekking. De uitspraak van de Supreme Court wordt derhalve gezien als een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in de zin van art. 4 RWN. Voor het overige is het oordeel van de rechtbank dat het bij de uitspraak van de Supreme Court gaat om een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, verweven met waarderingen van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. Onderdeel II faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cda8352b6d0609d46bb163eea487ded021c200693c5b76614af5e3f941db151. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cda8352b6d0609d46bb163eea487ded021c200693c5b76614af5e3f941db151, en de alinea staat in dat document op bytes 31545 tot 32715.