Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2210.
14. Het onderdeel beroept zich naar mijn oordeel tevergeefs op het arrest van het gerechtshof Arnhem van 21 april 1925, NJ 1926/56, waarbij Eggens zich in de door het onderdeel genoemde passage van het handboek Klaassen-Eggens, 1938, aansluit. Daarbij zij overigens aangetekend dat Eggens in de passage die voorafgaat aan de hier bedoelde passage, opmerkt: “De executeele eindigt: (…) bij overlijden van den executeur. Zijne macht gaat n.l. volgens art. 1062 niet op zijne erfgenamen over. Dit is duidelijk; hij is toch waarschijnlijk alleen met het oog op zijne persoonlijke hoedanigheden door den erflater geroepen (…).” Ook L.C.A. Verstappen, Rechtsopvolging onder algemene titel, 1996, p. 146, heeft zich aangesloten bij het bovengenoemde arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da4f022885c3767206f04577eaff87e57d592e94339e86d9be5087567fb494f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da4f022885c3767206f04577eaff87e57d592e94339e86d9be5087567fb494f1, en de alinea staat in dat document op bytes 28190 tot 28961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da4f022885c3767206f04577eaff87e57d592e94339e86d9be5087567fb494f1 | shasum -a 256