Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2222.

De hierboven weergegeven opvatting sluit echter niet aan bij de tekst van de wet. Lid 2 van artikel 7:942 BW vangt immers aan met de woorden ‘ De verjaring’. Daarmee wordt verwezen naar de verjaring als bedoeld in lid 1 van genoemd artikel. In de tweede zin van artikel 7:942 lid 2 BW wordt gesproken over ‘ een nieuwe verjaringstermijn’. Met ‘een’ in plaats van ‘de’ wordt mijns inziens slechts bedoeld dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen nadat de verjaring is gestuit. Dat uit het gebruik van het woordje ‘een’, zoals in het cassatiemiddel wordt betoogd, moet worden afgeleid dat na iedere stuiting een nieuwe beslissing van de verzekeraar vereist, volgt mijns inziens niet uit de wettekst en evenmin uit de parlementaire geschiedenis. Het gebruik van het woord ‘een’ is in de parlementaire geschiedenis in het geheel niet aan de orde geweest, hetgeen gelet op de vergaande consequentie die het woordje ‘een’ volgens het cassatiemiddel zou hebben wel voor de hand zou hebben gelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936cdebad7b861a06b49f87317720a34e1b0649f4fc651d0de535f5923cb82b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936cdebad7b861a06b49f87317720a34e1b0649f4fc651d0de535f5923cb82b8, en de alinea staat in dat document op bytes 29348 tot 30528.