Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2222.

In de rechtspraak is deze problematiek een aantal malen uitdrukkelijk aan de orde geweest en is bovengenoemde opvatting eveneens gehuldigd. De rechtbank Rotterdam heeft hierover geoordeeld in 2009 . In een uitgebreid gemotiveerd vonnis is geoordeeld dat na de beslissing van de verzekeraar als bedoeld in artikel 7:942 lid 2 BW de algemene verjaringsregeling van titel 11 boek 3 BW van toepassing is, met als gevolg dat de verjaring door de uitkering gerechtigde iedere zes maanden opnieuw gestuit moet worden. De rechtbank verwijst daarbij naar de parlementaire geschiedenis en hecht onder meer belang aan het feit dat in de oorspronkelijke redactie van artikel 7:942 BW was bepaald dat in geval van afwijzing de rechtsvordering verjaart door verloop van zes maanden tenzij die binnen die termijn overeenkomstig artikel 3:316 BW is gestuit. Deze laatste zinsnede is bij nota van wijziging vervallen omdat de verjaringstermijn hierdoor te dicht een vervaltermijn zou naderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936cdebad7b861a06b49f87317720a34e1b0649f4fc651d0de535f5923cb82b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936cdebad7b861a06b49f87317720a34e1b0649f4fc651d0de535f5923cb82b8, en de alinea staat in dat document op bytes 32487 tot 33603.