Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015

Onder 3.4.1. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2232.

Van een ‘Peeters/Gatzen-vordering’ is volgens het arrest van de Hoge Raad van 14 januari 1983 in de zaak Peeters q.q./Gatzen (NJ 1983, nr. 597) sprake indien door een derde jegens de gezamenlijke crediteuren van de gefailleerde een onrechtmatige daad is gepleegd. In een dergelijk geval kan onder omstandigheden plaats zijn voor het geldend maken door de curator van een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. In het Peeters/Gatzen arrest bestond de jegens de crediteuren gepleegde onrechtmatige daad in de betrokkenheid van Gatzen (de echtgenote van de gefailleerde) bij en haar medewerking aan een vóór het faillissement ten nadele van de schuldeisers tot stand gebrachte transactie waardoor het voor de crediteuren in het faillissement voor verhaal beschikbare actief was verminderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b, en de alinea staat in dat document op bytes 25452 tot 26282.