Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015
Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2232.
In de zaak die aan het Peeters/Gatzen-arrest ten grondslag lag, sprak een faillissementscurator een derde (de echtgenote van de gefailleerde) aan op grond van onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke crediteuren, omdat deze van de gefailleerde een woning had gekocht voor een te lage prijs. De Hoge Raad oordeelt dat een faillissementscurator bevoegd is om ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers wegens benadeling van deze schuldeisers op basis van onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW een vordering jegens derden (in casu de bank) in te stellen, ook waar een dergelijke vordering aan de gefailleerde zelf niet toekomt omdat hij bij de benadeling van de schuldeisers was betrokken.Over de Peeters/Gatzen-vordering bestaat veel discussie. In het onderstaande zet ik de relevante jurisprudentie en literatuur over de vraag wat een Peeters/Gatzen-vordering is en aan welke eisen een dergelijke vordering dient te voldoen, nog eens op een rijtje.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b, en de alinea staat in dat document op bytes 41182 tot 42143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b | shasum -a 256