Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015
Onder 4.14. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2232.
Ook het Lunderstädt/De Kok I-arrest en het Sobi/Hurks II-arrest hebben tot veel commentaren geleid. In zijn NJ-noot stelt Kortmann dat de handelwijze van veel curatoren om de opbrengst van de Peeters/Gatzen-vordering in de boedel te laten vallen en verdeling via de uitdelingslijst te laten plaatsvinden, onjuist is. Volgens Kortmann oordeelt de Hoge Raad terecht dat het gaat om een vordering van een schuldeiser tegen een derde. Deze vordering valt (aldus Kortmann) niet in de boedel. Voor de opbrengst van deze vordering geldt hetzelfde. Er behoort geen omslag van faillissementskosten plaats te vinden. Wanneer men, zoals veel curatoren, aanneemt dat de opbrengst in de boedel valt, behoort deze tot het vermogen dat ten behoeve van de schuldeisers vereffend wordt en aan hen uitgedeeld wordt. Inning door een individuele schuldeiser leidt dan wél tot een verstoring van de paritas creditorum, omdat het geïnde niet beschikbaar is voor de gezamenlijke crediteuren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b, en de alinea staat in dat document op bytes 53728 tot 54712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0862df17728c6ddd57a93363c935731fd4954e4225ee0b7c4dfa91fddbebe16b | shasum -a 256