Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2015
Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2237.
“Ingevolge het vierde lid van art. 557 Sv kan een uitspraak op een vordering van het Openbaar Ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, eerst worden tenuitvoergelegd nadat en voor zover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ingevolge art. 511i Sv een uitspraak op een vordering van het Openbaar Ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat (vgl. HR 14 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1016, NJ 1999/75). Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat ingevolge art. 577b, tweede lid, Sv de rechter die de in art. 36e Sr bedoelde maatregel heeft opgelegd, op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de betrokkene het door hem vastgestelde ontnemingsbedrag kan kwijtschelden of verminderen, heeft de betrokkene geen belang bij het middel (vgl. HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4399, NJ 2011/317).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/736c43131b4ac75615238d8917f15f2df6027420bcfb8feb0356e8115a023278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 736c43131b4ac75615238d8917f15f2df6027420bcfb8feb0356e8115a023278, en de alinea staat in dat document op bytes 47356 tot 48418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/736c43131b4ac75615238d8917f15f2df6027420bcfb8feb0356e8115a023278 | shasum -a 256