Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2015

Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2237.

44. Het Hof heeft, om mij onduidelijke redenen, de redelijke termijn kennelijk doen aanvangen op de dag van vonniswijzing van de Rechtbank in de hoofdzaak d.d. 3 september 2008. Dat daarvóór reeds, op 25 september 2006, beslag op de voet van art. 94a Sv was gelegd, heeft het Hof kennelijk niet van betekenis geacht bij de bepaling van de aanvangsdatum van de redelijke termijn. Volgens het Hof vindt het standpunt dat het moment van grootschalige beslaglegging als begin van de redelijke termijn dient te worden aangemerkt, geen steun in het recht. Dit oordeel van het Hof acht ik met verwijzing naar de hierboven onder 43 geciteerde overweging van de Hoge Raad in zijn algemeenheid onjuist en voorts onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/736c43131b4ac75615238d8917f15f2df6027420bcfb8feb0356e8115a023278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 736c43131b4ac75615238d8917f15f2df6027420bcfb8feb0356e8115a023278, en de alinea staat in dat document op bytes 71167 tot 72044.