Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2015
Onder 3.3.1 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2273.
In artikel 8 lid 1, vierde volzin, is bepaald: “indien de betrokkene niet in Nederland verblijft, wordt de verdere behandeling van het verzoek tot verlening van een voorlopige machtiging – lees voor het onderhavige geval: machtiging – aangehouden totdat hij in Nederland kan worden gehoord.” Hier wordt er van uitgegaan dat vaststaat dat betrokkene niet in Nederland verblijft. Dat uitgangspunt kan in het onderhavige geval echter niet worden aangehouden. De rechtbank gaat er van uit dat de verblijfplaats van betrokkene niet bekend is. In het proces-verbaal van de mondeling behandeling staat als verklaring van de aanwezige psychiater opgetekend dat de ouders denken dat betrokkene in Frankrijk verblijft. Hier wordt niet meer dan een mogelijkheid uitgesproken. Een en ander betekent dat de rechtbank niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij niet besloten heeft de behandeling van het verzoek van de Officier van Justitie aan te houden tot de terugkeer van betrokkene in Nederland.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f2fe58de731adc1e82b875fc5d3e898ff96b4256a5dedc2e93a6ce7303122b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f2fe58de731adc1e82b875fc5d3e898ff96b4256a5dedc2e93a6ce7303122b1, en de alinea staat in dat document op bytes 18988 tot 20067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f2fe58de731adc1e82b875fc5d3e898ff96b4256a5dedc2e93a6ce7303122b1 | shasum -a 256