Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2015

Onder 3.4.1 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2273.

Bij de beoordeling of de rechtbank haar beschikking heeft kunnen geven zonder betrokkene te laten oproepen voor het horen van hem tijdens de mondelinge behandeling, zijn niet alleen de hiervoor in 3.4 genoemde omstandigheden in aanmerking te nemen. Mede in de beschouwing zijn te betrekken dat de rechtbank op grond van de beschikbare informatie aanwezig heeft geacht en ook aanwezig heeft kunnen achten het gevaar bij betrokkene dat hij een ander van het leven zal beroven of hem ernstig letsel zal toebrengen ( ) , dat de rechtbank ingevolge artikel 29 lid 3 Wet Bopz gehouden was om binnen drie dagen vanaf de dag na ontvangst van het verzoekschrift van de Officier van Justitie omtrent het verzoek van laatstgenoemde een beslissing te nemen en dat de rechtbank aan zijn beschikking een geldingsduur van 14 dagen heeft verbonden. Gezien de aard van deze omstandigheden valt aan te nemen dat achter de beschikking steekt de afweging tegen elkaar van enerzijds het scheppen van de mogelijkheid om betrokkene aanstonds in bewaring te stellen in verband met het vooralsnog bij hem aanwezig te achten ernstige gevaar, indien betrokkene toch nog heel snel zou worden gevonden, en anderzijds het bieden aan betrokkene van de mogelijkheid zich alsnog te verweren tegen eventuele maatregelen ten aanzien van hem, indien hij niet binnen veertien dagen na de dag van de beschikking zou worden gevonden. Want na die termijn zou een nieuwe machtiging moeten worden aangevraagd voor een maatregel ten aanzien van betrokkene. Overigens zou betrokkene ook binnen die termijn zich tot de rechter hebben kunnen wenden, in het kader van een ontslagverzoek of desnoods in kort geding. Neemt men alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking dan komt het niet alleen niet onbegrijpelijk maar ook niet onjuist voor dat de rechtbank heeft besloten haar beschikking te geven zonder een oproep van betrokkene voor de – dan eventueel twee dagen later te houden – mondelinge behandeling. Het horen van betrokkene dient een zwaarwichtig belang, maar hetzelfde geldt voor het beschermen van betrokkene tegen een ernstig gevaar bij hem, voor het bestaan waarvan sterke aanwijzingen zijn. ( ) Bovendien viel van het binnen heel korte termijn oproepen van betrokkene, nu zijn verblijfplaats niet bekend was en hij wellicht in het buitenland vertoefde, ook niet werkelijk effect te verwachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f2fe58de731adc1e82b875fc5d3e898ff96b4256a5dedc2e93a6ce7303122b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f2fe58de731adc1e82b875fc5d3e898ff96b4256a5dedc2e93a6ce7303122b1, en de alinea staat in dat document op bytes 20766 tot 23442.