Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2015

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2282.

Het middel voert aan dat de zojuist geciteerde overwegingen tegenstrijdig zijn met de vooropstelling van het hof in rov. 4.6 van het tussenarrest dat [betrokkene 1] onder meer tot taak had om een concept koopovereenkomst op te stellen waarin de tussen [eisers] en [A] B.V. bereikte wilsovereenstemming op een duidelijke en ondubbelzinnige wijze werd vastgelegd, waarbij [betrokkene 1] diende te onderzoeken of partijen werkelijk wilsovereenstemming hadden bereikt. Verder betoogt het middel dat onbegrijpelijk is ’s hofs oordeel dat bedrijfsmakelaar [betrokkene 2] als adviseur van [eisers] bevoegd zou zijn namens hen rechtshandelingen te verrichten. Als ik het goed begrijp voert het middel tevens aan dat het hof geen kenbare aandacht heeft besteed aan essentiële stellingen van [eisers] , waaronder de stelling dat zij geen enkel belang hadden bij de ondersplitsing en de stelling dat [A] B.V. [betrokkene 1] heeft verzocht om ondergesplitst geleverd te krijgen maar zulks op geen moment rechtstreeks met [eisers] is overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91bfd6af76820e041161e74303426970d0b069ca063b43d7835ef054db8b29ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91bfd6af76820e041161e74303426970d0b069ca063b43d7835ef054db8b29ba, en de alinea staat in dat document op bytes 18473 tot 19525.