Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2290.

Vormt de niet-naleving van een verplichting uit de artikelen 2:10 of 2:394 BW een ‘onbelangrijk verzuim’ dan, zo volgt uit de slotzin van artikel 248 lid 2 BW, wordt die niet-naleving niet in aanmerking genomen. Met dit laatste wordt bedoeld dat, wanneer de niet-naleving van een verplichting uit de artikelen 2:10 of 2:394 BW niet meer dan een onbelangrijk verzuim oplevert, dan treden de in lid 2 aan die niet-naleving verbonden rechtsgevolgen – het niet weerlegbare uitgangspunt en het weerlegbare vermoeden - niet in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5badcb8e8cc7a479cc1096c420faccd0414ea33a980f1673182a3f5c4fa09728. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5badcb8e8cc7a479cc1096c420faccd0414ea33a980f1673182a3f5c4fa09728, en de alinea staat in dat document op bytes 14876 tot 15417.