Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:230.

Een partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt ingevolge art. 237 Rv in beginsel in ‘de kosten’ veroordeeld. In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen en de winnende wederpartij dat ook doet, wordt in de proceskostenveroordeling opgenomen een door de rechter te bepalen bedrag voor noodzakelijke reis- en verblijfkosten van de wederpartij en kunnen ook noodzakelijke verletkosten worden toegekend (art. 238 lid 1 Rv). Dit ziet op de gederfde inkomsten in verband met de aanwezigheid ter zitting . In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen (zoals in de onderhavige procedure in appel en kort gedingprocedure tot opheffing van het beslag), kunnen van de kosten van de wederpartij slechts de salarissen en verschotten van de advocaat van die wederpartij ten laste van de in het ongelijk gestelde partij worden gebracht, aldus art. 239 Rv .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177, en de alinea staat in dat document op bytes 21384 tot 22408.