Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:230.

De proceskostenvergoeding op de voet van art. 239 Rv wordt in beginsel berekend aan de hand van het toepasselijke liquidatietarief en biedt geen volledige vergoeding van de gemaakte kosten. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een veroordeling in de proceskosten, die in het algemeen ten laste van de verliezende partij en ten gunste van de winnende partij wordt uitgesproken, niet berust op een door de verliezende partij gepleegde onrechtmatige daad: procederen kan, ook als dat niet tot een gunstig resultaat leidt, op zichzelf niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Daarmee hangt ook samen dat het gehanteerde forfaitaire tarief veelal niet een volledige vergoeding inhoudt van alle door de winnende partij in verband met de procedure gemaakte kosten . De beslissing van de wetgever de afwenteling van de proceskosten door de in het gelijk gestelde partij te beperken is een rechtspolitieke, ingegeven door de vrees dat anders tegen het procederen een te hoge drempel zou worden opgeworpen. Bovendien moedigt de forfaitering van de proceskostenvergoeding beide partijen ertoe aan de kosten en het procesrisico binnen de perken te houden en aldus niet de toegang tot de rechter te ontmoedigen. Anderzijds brengt deze keuze met zich dat degene die volledig in het gelijk wordt gesteld een aanzienlijk deel van de door hem gemaakte kosten niet vergoed krijgt .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177, en de alinea staat in dat document op bytes 22488 tot 23988.