Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:230.
Met betrekking tot samenloop van de vermogensschade van het tweede lid van art. 6:96 BW en de proceskostenveroordeling van de art. 237 e.v. Rv bepaalt art. 241 Rv dat jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van art. 6:96 lid 2 BW kan worden toegekend ter zake van verrichtingen waarvoor de in de art. 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten (de proceskosten), zoals die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak . Ook art. 6:96 lid 3 BW bepaalt dat lid 2 onder b en c van dat artikel niet van toepassing is voor zover in het gegeven geval krachtens art. 241 Rv de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn. In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, zijn de verrichtingen van de advocaat ten behoeve van de procedure verrichtingen waarvoor de in art. 239 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177, en de alinea staat in dat document op bytes 24089 tot 25071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ef2c101d77a653bdcbdf7ba7b598c6c3a934ef9c4850ba107a26b27adcf8177 | shasum -a 256