Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015
Onder 8.17 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2307.
Juist is ook dat de vraag is of de rechter slachtofferbescherming steeds consistent vorm kan geven. De lotgevallen van art. 7:611 BW spreken wat dat betreft boekdelen, om maar één voorbeeld te noemen. Maar ik zie niet goed in waarom de rechter zich van rechtsontwikkeling zou moeten onthouden alleen omdat hij niet in staat is om een consistent stelsel van rechtsbescherming op te bouwen, wat trouwens ook niet zijn taak is. Bovendien verliezen de propagandisten van deze opvatting m.i. uit het oog dat een “njet” ook een keuze is. Men kan met evenveel recht de vraag stellen of zo’n “njet” wel goed zou passen in de thans al bestaande slachtofferbescherming. De door de Hoge Raad in zijn arrest genoemde argumenten illustreren dat m.i.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a86409cfc1df25b8313451f7b3d9d3fdcc9da9e480b479b947a7255cc2d8831f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a86409cfc1df25b8313451f7b3d9d3fdcc9da9e480b479b947a7255cc2d8831f, en de alinea staat in dat document op bytes 68626 tot 69452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a86409cfc1df25b8313451f7b3d9d3fdcc9da9e480b479b947a7255cc2d8831f | shasum -a 256