Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015

Onder 8.21.1 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2307.

Wat de kanttekening betreft: nu het Hangmat-arrest er eenmaal ligt, behoeft toelichting waarom de daarin gegeven regel niet wordt doorgetrokken naar art. 6:179 BW. De vraag of daarvoor voldoende klemmende argumenten bestaan, bespreek ik hierna zonder daarover een standpunt in te nemen. Ik volsta er thans mee dat ook bij gebreke van werkelijk klemmende argumenten mogelijk en wellicht verstandig is om pas op de plaats te maken. Steeds wanneer de rechter dat doet, kan worden betoogd dat sprake is van (een zekere mate van) willekeur. Zo’n reactie is gemakkelijk, maar daarmee niet (steeds) onjuist of onbegrijpelijk. Iedere afbakening waarvoor geen duidelijke wettelijke basis voorhanden is, heeft iets willekeurigs. De art. 7:611 BW-rechtspraak is daarvan een treffende illustratie. De Hoge Raad was zich daarvan bewust en heeft daarvan ook openlijk blijk gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a86409cfc1df25b8313451f7b3d9d3fdcc9da9e480b479b947a7255cc2d8831f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a86409cfc1df25b8313451f7b3d9d3fdcc9da9e480b479b947a7255cc2d8831f, en de alinea staat in dat document op bytes 72253 tot 73199.