Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2308.

In een tweetal arresten van 6 oktober 2006 heeft de Hoge Raad de strekking van art. 66 Fw verduidelijkt. Het getuigenverhoor op grond van dit artikel heeft een andere strekking dan een regulier getuigenverhoor, aldus de Hoge Raad, omdat het verhoor niet plaatsvindt in het kader van een geschil tussen partijen dat voorwerp is van een aanhangige of mogelijk aanhangig te maken procedure. Van een “wederpartij” is dan ook geen sprake. Het verhoor vindt niet plaats op een openbare zitting. Dat brengt volgens de Hoge Raad mee dat derden geen aanspraak kunnen maken op een afschrift van dan wel inzage in het proces-verbaal van het verhoor. Het staat de rechter-commissaris echter vrij een verzoek daartoe in te willigen indien

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc41e7f1a0b0b5960bd1643b69aa51a16a5b379211f0f267f9518de254d7215f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc41e7f1a0b0b5960bd1643b69aa51a16a5b379211f0f267f9518de254d7215f, en de alinea staat in dat document op bytes 16923 tot 17730.