Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015
Onder 4.4.1 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:233.
Een kernthema van onderdeel 1 is dat ABN niet mocht vertrouwen dat [eiser] zijn stop loss order prijsgaf. ’s Hofs oordeel op dat punt is van feitelijke aard. Reeds daarop stuit de klacht af. Onbegrijpelijk is het oordeel zeker niet. Het is van algemene bekendheid dat mensen die worden geconfronteerd met gebeurtenissen die anders verliepen dan zij hadden gehoopt of verwacht, in voorkomende gevallen op zoek gaan naar een andere zondebok dan zijzelf. Toegespitst op procedures betekent dat dan dat daarop toegesneden stellingen aan het papier worden toevertrouwd. Die stellingen kúnnen juist zijn, maar dat behoeft allerminst zo te zijn (waarbij ik de subjectieve goede trouw van [eiser] niet in twijfel trek). Dat alles is een feitelijke kwestie. Voor de cassatierechter is daar geen taak weggelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e05e1f517ecbfaaeeb90ac79a395898af957a937f025525dbe1fc9d219daa124. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e05e1f517ecbfaaeeb90ac79a395898af957a937f025525dbe1fc9d219daa124, en de alinea staat in dat document op bytes 66863 tot 67715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e05e1f517ecbfaaeeb90ac79a395898af957a937f025525dbe1fc9d219daa124 | shasum -a 256