Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015

Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:233.

Voor het overige lopen de klachten vast in de hiervoor onder 3.8 onder a, b, c en d genoemde gronden. In dat verband volsta ik ermee te vermelden dat hetgeen in de cassatiedagvaarding onder 36 sub e staat een verkeerde voorstelling van zaken geeft. [eiser] verwijst bovendien in cassatie niet naar vindplaatsen waaruit volgt dat hij zich in feitelijke aanleg op het standpunt heeft gesteld dat hij voor ABN kenbaar in de veronderstelling verkeerde dat verdere verliezen voor haar rekening zouden komen. In zoverre is sprake van een ontoelaatbaar novum, dat in het licht van de door de Rechtbank geciteerde transcripties ook wel enigszins verrast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e05e1f517ecbfaaeeb90ac79a395898af957a937f025525dbe1fc9d219daa124. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e05e1f517ecbfaaeeb90ac79a395898af957a937f025525dbe1fc9d219daa124, en de alinea staat in dat document op bytes 81634 tot 82294.