Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2015

Onder 2.13.1 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2350.

De klacht in subonderdeel 2.2 slaagt om de volgende reden niet. In rov. 7 oordeelt het hof niet meer dan dat voor het aannemen van een gehoudenheid van [eiseres] om de opzegging van de verzekeringen door RVS aan Aegon mee te delen niet beslissend is of zij het verwijt van RVS dat zij een onjuiste voorstelling van zaken omtrent het schadegeval heeft gegeven, zelf heeft begrepen als een verdenking van fraude in een bepaalde betekenis, te weten fraude in strafrechtelijke zin. ( ) Voor die gehoudenheid acht het hof beslissend of RVS haar het verwijt heeft gemaakt dat zij omtrent het schadegeval van 1999 tegen beter weten in een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. Een dergelijk handelen kan worden opgevat als een handelen van een frauderende verzekeringnemer waarvan Aegon spreekt. Gesteld noch gebleken is dat Aegon daarbij slechts het oog heeft op een frauderen in strafrechtelijke zin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdcf8853c127d81cc558ee4c34cf664eff356d96fbb436a165e5deca0962e5c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdcf8853c127d81cc558ee4c34cf664eff356d96fbb436a165e5deca0962e5c3, en de alinea staat in dat document op bytes 29137 tot 30183.