Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2015
Onder 2.14.1 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2350.
Deze klacht slaagt evenmin. Van de beweerde onbegrijpelijkheid is geen sprake. Tijdens de comparitie in eerste aanleg is van de zijde van Aegon een uitlating gedaan als in de eerste volzin van rov. 13 vermeld, maar van de zijde van Aegon is ook aangevoerd dat zij, wanneer haar zou zijn gebleken van een opzegging wegens fraude, er geen verzekering met [eiseres] zou zijn afgesloten: zie conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, § 31 en proces-verbaal van de comparitie in eerste aanleg, blz. 4, bovenaan. Op dit laatste sluit rov. 12 aan, terwijl de uitlating aan de zijde van Aegon, waarop in rov. 13, eerste volzin, wordt gedoeld, ziet op de situatie waarin niet duidelijk zou zijn geweest dat bij de opzegging fraude aan de orde was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdcf8853c127d81cc558ee4c34cf664eff356d96fbb436a165e5deca0962e5c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdcf8853c127d81cc558ee4c34cf664eff356d96fbb436a165e5deca0962e5c3, en de alinea staat in dat document op bytes 30950 tot 31710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdcf8853c127d81cc558ee4c34cf664eff356d96fbb436a165e5deca0962e5c3 | shasum -a 256