Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2015
Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2382.
8. Art. 359, tweede lid, tweede volzin is niet van toepassing in relatie tot standpunten omtrent de vordering van de benadeelde partij. De rechter is voorts niet gehouden zijn oordeel dat een vordering van een benadeelde partij voldoende eenvoudig van aard is om in het kader van de strafzaak behandeld te worden nader te motiveren, ook niet indien door of namens de verdachte is gesteld dat die vordering niet aan die eis van betrekkelijke eenvoud voldoet. De voorgaande eis geldt mijns inziens eveneens voor het op de onderhavige zaak toepasselijke ‘nieuwe’ ontvankelijkheidscriterium van art. 361, derde lid, Sv, inhoudende “ dat de behandeling van de vordering geen onevenredige belasting van het strafgeding mag opleveren” . Voor het overige dient de beslissing op de vordering van een benadeelde partij te worden gemotiveerd indien de vordering onderbouwd wordt betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14d040ffe7a9d2eb6ab28a1e4f411d643a85ac4ad99dd51b8ce783bfb400f92b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14d040ffe7a9d2eb6ab28a1e4f411d643a85ac4ad99dd51b8ce783bfb400f92b, en de alinea staat in dat document op bytes 27384 tot 28570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14d040ffe7a9d2eb6ab28a1e4f411d643a85ac4ad99dd51b8ce783bfb400f92b | shasum -a 256