Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2411.

Nadat bij vonnis van 8 juli 2009 een comparitie van partijen was gelast, welke comparitie op 28 september 2009 heeft plaatsgehad, heeft de rechtbank Zutphen bij tussenvonnis van 4 mei 2011 in conventie overwogen dat de verweren van HLA met betrekking tot de betaling van de facturen haar niet kunnen baten en in reconventie moet worden beoordeeld of sprake is van een tegenvordering van HLA op het Kadaster waarmee verrekening mogelijk is (rov. 5.2-5.4), dat de vordering tot betaling van de wettelijke rente ex art. 6:119a BW voor toewijzing gereed ligt (rov. 5.5), dat voor toewijzing eveneens gereed ligt een bedrag ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.788,00 (rov. 5.6) en dat de vordering tot betaling van de contractuele boetes onvoldoende is onderbouwd en op grond daarvan zal worden afgewezen (rov. 5.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/009f0605d628741d0826efa0c92c4f8ee7bdd3177d6c5918261f6e8770c6fc7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 009f0605d628741d0826efa0c92c4f8ee7bdd3177d6c5918261f6e8770c6fc7a, en de alinea staat in dat document op bytes 15823 tot 16784.