Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2413.
Uit dit een en ander volgt, volgens subonderdeel 1.2.3 , dat [verweerster] geen beroep op stuiting van de verjaring heeft gedaan en dat zij evenmin de door het hof aangenomen feiten en omstandigheden, vereist voor de stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:318 BW (erkenning) én voor die als bedoeld in art. 3:317 BW (schriftelijke mededeling in de brief van 18 december 2009, bijlage 4 bij productie 12) heeft ingeroepen. Dit betekent dat het hof op grond van art. 24 Rv, een dergelijk verweer en de daarvoor benodigde feitelijke grondslag niet ambtshalve kon en mocht aanvullen, behandelen en honoreren. Door dat tóch te doen, heeft het hof in feite [verweerster] geholpen aan: én een stuitingsverweer én een daarvoor benodigde feitelijke grondslag, zodat het daarmee art. 24 Rv heeft geschonden en buiten het rechtsdebat is getreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6593154e32a86fbc739190511cefe892de005038b2b9af7dd5e7d18c982e71a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6593154e32a86fbc739190511cefe892de005038b2b9af7dd5e7d18c982e71a, en de alinea staat in dat document op bytes 16268 tot 17156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6593154e32a86fbc739190511cefe892de005038b2b9af7dd5e7d18c982e71a | shasum -a 256