Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2413.

Overigens gaat het subonderdeel wel terecht ervan uit dat het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting van art. 3:317 BW getuigt. Ook bij de toepassing van art. 3:317 BW moet immers worden onderscheiden tussen de vordering van [verweerster] op de Stichting en die op [eiser]. Nu het hof in rov. 4.17 heeft vastgesteld dat in de brief van 18 december 2009 uitdrukkelijk aanspraak wordt gemaakt op “ terugbetaling (onderstreping toegevoegd; LK) ” en deze “terugbetaling” onmiskenbaar ziet op de overeenkomst van geldlening tussen [verweerster] en de Stichting (zie rov. 4.1 van het bestreden arrest en hiervoor onder 1.2) en niet op de schadevergoedingsvordering van [verweerster] op [eiser] (op grond van bestuurdersaansprakelijkheid), heeft het miskend dat de schriftelijke aanmaning in de zin van art. 3:317 BW betrekking moet hebben op de rechtsvordering ten aanzien waarvan een beroep op stuiting wordt gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6593154e32a86fbc739190511cefe892de005038b2b9af7dd5e7d18c982e71a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6593154e32a86fbc739190511cefe892de005038b2b9af7dd5e7d18c982e71a, en de alinea staat in dat document op bytes 34638 tot 35768.