Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2414.

In het onder 2.10 genoemde arrest van 24 november 1995 heeft de Hoge Raad de taak van de appelrechter in zo’n geval omschreven. Om de vraag te kunnen beantwoorden welke van de partijen als de in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd, dient de appelrechter te onderzoeken of de vordering in eerste instantie al dan niet terecht was afgewezen . Dat onderzoek moet ook worden verricht in hoger beroep indien het materiële geschil niet meer bestaat; in een dergelijk geval is de in eerste aanleg ten laste van een partij uitgesproken proceskostenveroordeling een voldoende belang voor deze partij om te appelleren .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d4ef4ecf5ceab6b8a1e664baadf9023bd05db7b356be9e7fdbd7faa445af93f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d4ef4ecf5ceab6b8a1e664baadf9023bd05db7b356be9e7fdbd7faa445af93f, en de alinea staat in dat document op bytes 25746 tot 26512.