Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2015

Onder 3.4.3. Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2418.

Een uitzondering op dit beginsel is de mogelijkheid van herverpanding van het verpande goed, wanneer de bevoegdheid daartoe ondubbelzinnig aan de pandhouder is toegekend door de pandgever (art. 3:242 BW). Hiermee krijgt de pandhouder de bevoegdheid om in eigen naam, buiten de situatie van executie, over het verpande goed te beschikken. De pandhouder vestigt dan in eigen naam, tot zekerheid van een schuld van (doorgaans) hemzelf aan de herpandhouder, een pandrecht ten gunste van de herpandhouder op het reeds aan de pandhouder verpande goed. Komt de pandhouder zijn schuld aan de herpandhouder niet na, dan mag de herpandhouder het herverpande goed executeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e29a4e6d457d74212bed147cb9438f12be798abce7b9594866af126dd991a9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e29a4e6d457d74212bed147cb9438f12be798abce7b9594866af126dd991a9e, en de alinea staat in dat document op bytes 14494 tot 15171.