Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2015

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2421.

De gestelde schade is immers pas ingetreden tijdens het verdere vervoer door Contento OY en JSP Cargo OY, dat in opdracht van [A] is verricht. De vervoerde zaken zijn opgehouden waardoor vertraging is ontstaan in de aflevering en er zijn extra kosten gemaakt voor onder meer opslag. Transfennica was echter geen partij bij deze contractuele relatie – evenmin als [eiseres] – en [eiseres] heeft ook onvoldoende toegelicht op welke wijze Transfennica desalniettemin contractueel op grond van de CMR aansprakelijk is jegens haar voor een in de verhouding tussen [A] en Contento OY/JSP Cargo OY ontstane schade. Het enkele feit dat schade is veroorzaakt door een fout van Transfennica en [A] de kosten heeft doorbelast aan [eiseres] is daartoe onvoldoende. Er geen reden is [lees: Er is geen reden; A-G] om een uitzondering te maken op het in de CMR (strikt) gehanteerde uitgangspunt. Ook uit het nationale recht, artikel 8:1103 BW, volgt overigens dat de afzender geen ander recht heeft dan betaling van de limiet in geval van schendingen van artikel 8:1095 en 8:1096 BW. Gevolgschade, zoals hier aan de orde, komt niet voor vergoeding in aanmerking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4965df72bd46069e52a53682552a7243cd5748797c3504ac684887e24908e3e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4965df72bd46069e52a53682552a7243cd5748797c3504ac684887e24908e3e1, en de alinea staat in dat document op bytes 13167 tot 14331.