Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2015

Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2425.

Het vraagstuk dat aan het slot van middel II aan de orde wordt gesteld, verdient afzonderlijk bespreking. In geval van misbruik van de wrakingsbevoegdheid kan de wrakingsrechter bepalen “dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen” . Dit is het enige geval waarin de wet uitdrukkelijk voorziet dat een (nieuw) wrakingsverzoek buiten behandeling wordt gelaten. De toename van het aantal wrakingsverzoeken, in combinatie met de voor zittingroosters ontwrichtende werking van de wettelijke schorsing van de behandeling van de hoofdzaak vanaf de indiening van een wrakingsverzoek, heeft bij gerechten en in vergaderingen van gerechtsbestuurders de vraag opgeroepen of ook in andere gevallen, waarin een wrakingsverzoek kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk is, een wrakingsverzoek buiten behandeling mag worden gelaten. In het bestuursprocesrecht, waar men al vertrouwd was met de wettelijke mogelijkheid van vereenvoudigde behandeling van zaken waarin het ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is , hebben de appelrechters in 2013 gekozen voor een eigen regeling van de wrakingsprocedure . Artikel 3 van deze regeling bepaalt (onder de kop “Het niet in behandeling nemen van het verzoek”):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec6724be05fb63cd389d7201d290b741890d6c00b93d716b0ead88f77e48cfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec6724be05fb63cd389d7201d290b741890d6c00b93d716b0ead88f77e48cfd, en de alinea staat in dat document op bytes 23548 tot 25066.