Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2015

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2430.

Ad a. In rov. 4.3 heeft het hof de verklaring van [eiser] geciteerd zoals hij die op 7 mei 2010 heeft afgelegd. Hierin is opgenomen dat [eiser] ervan uitging dat deze feiten (de eerdere brandstichting en de ingegooide ruiten) met de schietpartij te maken hadden, dat hij bang was voor zijn eigen veiligheid, dat het café in verband met zijn veiligheid was gesloten en dat hetgeen eerder was gebeurd voor hem mede redengevend was om de verzekering bij ASR af te sluiten. Het hof vat dit in rov. 4.4 samen door (in cassatie niet bestreden) te overwegen dat volgens de eigen verklaring van [eiser] ‘er ernstige aanwijzingen [bestonden] en hij zelf ook [vreesde] dat de eerdere incidenten waren gericht tegen zijn café’. Hieruit blijkt afdoende hoe het hof tot het oordeel is gekomen dat [eiser] zich er bewust van was dat er een risico bestond dat aan het café nadere schade zou worden toegebracht. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en evenmin onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edadfb0f7c6fd3dad9084ed084431e04125e5be0617448e3be6b0b94f25e1c1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edadfb0f7c6fd3dad9084ed084431e04125e5be0617448e3be6b0b94f25e1c1b, en de alinea staat in dat document op bytes 42960 tot 43994.