Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2015

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 15 december 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2465.

Anders dan het Hof klaarblijkelijk meent, is de beslissing van de Rechtbank tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging wel degelijk een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv waartegen ingevolge art. 404 lid 1 Sv hoger beroep openstaat. De omstandigheid dat het door de Rechtbank gewezen vonnis niet voldoet aan de toepasselijke wettelijke eisen is weliswaar een reden voor vernietiging daarvan in appel, maar maakt niet dat sprake is van een non-beslissing waartegen geen rechtsmiddel open staat. In dit verband wijs ik erop dat voor de door het Hof gekozen lijn slechts aanleiding bestaat als de beslissing van de Rechtbank als non existent zou moeten worden beschouwd. Hiervan is echter hooguit in zeer uitzonderlijke, zich thans niet voordoende gevallen sprake. Het Hof heeft de officier van justitie dus telkens ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3295f2d2c8739ceb7d7f69d59936ca45caf87451b9d844af296e0009bf571abd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3295f2d2c8739ceb7d7f69d59936ca45caf87451b9d844af296e0009bf571abd, en de alinea staat in dat document op bytes 13465 tot 14585.