Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2015
Onder 6.3. Parket bij de Hoge Raad 10 november 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2467.
Ingevolge art. 98 (oud) Sv mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in art. 218 Sv zonder hun toestemming brieven of andere geschriften tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen. Wel mogen, ook zonder hun toestemming, in beslag worden genomen brieven of geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, nu dergelijke brieven en geschriften geen object zijn van de bevoegdheid tot verschoning. De aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning brengt mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken, in beginsel toekomt aan de tot verschoning gerechtigde persoon. Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om brieven of geschriften die noch voorwerp van het strafbare feit uitmaken noch tot het begaan daarvan hebben gediend en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded7b067fe638b341e5e3773593a2f47941fe8fac8be89fda36f20dfce3ed189. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded7b067fe638b341e5e3773593a2f47941fe8fac8be89fda36f20dfce3ed189, en de alinea staat in dat document op bytes 18127 tot 19383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ded7b067fe638b341e5e3773593a2f47941fe8fac8be89fda36f20dfce3ed189 | shasum -a 256