Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2015

Onder 6.8. Parket bij de Hoge Raad 10 november 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2467.

Voor zover het om de stukken gaat die naar het oordeel van de Rechtbank “direct” voorwerp van of middel tot het strafbare feit zijn geweest (de akten en overeenkomsten), kan ik mij bij dat oordeel wel iets voorstellen. Het voorwerp van het witwassen kunnen die documenten weliswaar niet hebben gevormd (dat namelijk is het geld dat is witgewassen), maar denkbaar is wel dat het verhullen van de misdadige herkomst van het geld met behulp van die (valse) documenten is begaan. Bovendien heeft de Rechtbank mogelijk kunnen aannemen dat de verdenking mede betrekking heeft op (deelneming aan) valsheid in geschrifte, en kan gezegd worden dat de documenten het voorwerp van dat strafbare feit uitmaken. Dat laatste had de Rechtbank dan echter wel tot uitdrukking moeten brengen. Met betrekking tot het eerste (de documenten als instrumenta delicti) merk ik op dat die documenten alleen kunnen zijn gebruikt als verhullingsmiddel als zij de beslotenheid van het notariskantoor hebben verlaten. Met stukken waarvan niemand mag kennisnemen, kan immers bezwaarlijk iets worden verhuld. Dat roept de vraag op of het hier wel om de originele documenten gaat, en niet om concepten daarvan. Dit maakt dat het oordeel van de Rechtbank op dit punt de vereiste evidentie mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded7b067fe638b341e5e3773593a2f47941fe8fac8be89fda36f20dfce3ed189. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded7b067fe638b341e5e3773593a2f47941fe8fac8be89fda36f20dfce3ed189, en de alinea staat in dat document op bytes 23049 tot 24392.