Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2015

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2698.

“8. De rechtbank overweegt in het hier bestreden vonnis dat het aannemen van een valse hoedanigheid en samenweefsel van verdichtsel feitelijk heeft bestaan het zich hebben voorgedaan als vertegenwoordiger van een betalende klant bij het bestellen van computers voor een aanzienlijk bedrag, dit terwijl men wist dat de onderneming in een zeer slechte financiële positie bevond. De rechtbank gaat hier voorbij aan het gegeven dat de onderneming doende was met uitbreiding. Heel concreet was de uitbreiding met de vestigingen in Scheveningen aan de [b-straat] en [G] . Voor iedere werkplek, behandelplek, was ten minste één computer nodig. Bij [A] te Amersfoort waren er reeds 20 behandelplekken, te Utrecht 12 plekken. In Scheveningen was overleg gaande met [H] omtrent aantal in te richten behandelplekken. Ten tijde van het bestellen van de computers werd er vanuit gegaan dat de onderneming voldoende gezond was en zodoende kon voldoen aan de financiële verplichtingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1d967e9f27fba121031963b5e1de7c7247ec2096a572243ae776d1f9ae192. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1d967e9f27fba121031963b5e1de7c7247ec2096a572243ae776d1f9ae192, en de alinea staat in dat document op bytes 18475 tot 19465.