Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:29.

Inkomsten uit vermogen, zoals bijvoorbeeld rente of dividenduitkeringen, zijn net zo goed als inkomsten uit arbeid van belang bij de vaststelling van de behoeftigheid van een onderhoudsgerechtigde. De klachten van dit middelonderdeel missen echter feitelijke grondslag. Het hof heeft niet vastgesteld dat de vrouw nu al beschikt over deze inkomsten uit vermogen. In zijn appelschrift onder 64 had de man aangevoerd dat de vrouw had gesteld dat zij, wanneer zij na de echtscheiding de beschikking krijgt over vermogen, dit wil gaan aanwenden voor de gedeeltelijke financiering van een woning (appartement) waardoor haar woonlasten lager zullen uitvallen. De man stelde dat indien de vrouw het door haar te verkrijgen vermogen niet aanwendt voor de aankoop van een woning, bij de vaststelling van haar netto-inkomen alsnog rekening moet worden gehouden met ‘inkomsten uit sparen en beleggen’. Dat standpunt stond niet in de weg aan de door het hof gegeven beslissing. Indien later, na huwelijksgoederenrechtelijke afwikkeling tussen partijen, wijziging zou komen in het inkomen van de vrouw, kan alsnog worden bezien of er grond is voor indiening van een wijzigingsverzoek op de voet van art. 1:401 BW. Onderdeel I faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5c570ce6406841627514f7b3c5767bf251ebc1973680ec947bdbe578426c5c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5c570ce6406841627514f7b3c5767bf251ebc1973680ec947bdbe578426c5c5, en de alinea staat in dat document op bytes 23847 tot 25118.