Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:29.

Op zich is mogelijk dat de rechter de onderhoudsverplichting aan een termijn bindt: zie art. 1:157 lid 3 BW en de rechtspraak over de toepassing van deze bepaling . Vanwege het definitieve karakter van de beëindiging worden aan een dergelijke limitering verregaande eisen gesteld. De klachten onder a en b keren zich vergeefs tegen een aan het hof voorbehouden waardering, waarvan de juistheid in cassatie niet kan worden getoetst. De motivering kan de beslissing van het hof dragen en is verder niet onbegrijpelijk. Waar partijen van mening verschilden over de mogelijkheden voor de vrouw om betaald werk te vinden en daarmee geheel of gedeeltelijk in haar behoeften te voorzien, heeft het hof zelf een schatting mogen maken. De klacht onder c mist feitelijke grondslag, omdat het hof in rov. 4.11 juist onderscheid maakt tussen het in duur limiteren van de onderhoudsverplichting van de man en het – met handhaving van de onderhoudsverplichting als zodanig – op nihil stellen van de onderhoudsbijdrage, althans het geleidelijk verminderen daarvan. Beide heeft het hof uitdrukkelijk afgewezen. Onderdeel II faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5c570ce6406841627514f7b3c5767bf251ebc1973680ec947bdbe578426c5c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5c570ce6406841627514f7b3c5767bf251ebc1973680ec947bdbe578426c5c5, en de alinea staat in dat document op bytes 26741 tot 27937.