Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.
De omstandigheid dat uit de wetsgeschiedenis niet blijkt dat de wetgever bewust ervoor heeft gekozen dat de invorderingsbeschikking geen stuitende werking zou hebben, doet mijns inziens aan het voorgaande niet af. Dat laatste geldt ook voor het feit dat in de toelichting bij art. 4:106 Awb is vermeld dat met de in art. 4:106 Awb opgesomde wijzen van stuiting de bedoeling om alsnog tot invordering over te gaan, tot uitdrukking wordt gebracht . De Gemeente heeft hierop gewezen en heeft betoogd dat dit voor de invorderingsbeschikking evengoed geldt. Dat laatste is op zichzelf juist , maar dat neemt niet weg dat de wetgever de stuitingsmogelijkheden voor het bestuursorgaan tot de limitatief in de wet opgesomde mogelijkheden heeft beperkt. Daaruit blijkt dat de wetgever het voor de vraag op welke wijzen bestuursorganen de verjaring kunnen stuiten niet beslissend achtte of de bedoeling om alsnog tot invordering over te gaan tot uitdrukking wordt gebracht .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 35381 tot 36583.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75 | shasum -a 256