Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.
Reden temeer voor de Hoge Raad om hier terughoudend te zijn is mijns inziens het feit dat er in de rechtsliteratuur geen overeenstemming bestaat over de vraag welke de oplossing voor de gesignaleerde problemen zou moeten zijn . Ik merk daarbij op dat het louter toekennen van stuitende werking aan de invorderingsbeschikking, zoals het subonderdeel voorstelt, de problemen niet volledig zou oplossen. Alsdan zou de verjaringstermijn immers slechts met een jaar worden verlengd . Er is geen garantie dat dit in alle gevallen voldoende is . Voorts is hierbij relevant dat de Afdeling in haar uitspraak van 24 december 2013 een lijn heeft uitgezet die (kennelijk) erop is gebaseerd dat de invorderingsbeschikking de verjaring niet stuit . Dat betekent dat, indien de Hoge Raad zou bepalen dat de invorderingsbeschikking wel stuitende werking heeft, hij daarmee van de rechtspraak van de Afdeling zou afwijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 36593 tot 37764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75 | shasum -a 256