Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.
Ten tweede klaagt het subonderdeel dat, indien het hof het in onderdeel 2.1 betoogde niet heeft miskend, maar heeft beslist dat (de bekendmaking van) de invorderingsbeschikking niet voldeed aan andere in art. 4:112 Awb genoemde vereisten dan het in art. 4:112 lid 3 Awb genoemde vereiste, zijn beslissing rechtens onjuist is, nu de invorderingsbeschikking - naar het hof in rov. 4.10 heeft onderkend - een schriftelijke mededeling bevatte dat binnen de daarin genoemde termijn diende te worden betaald. Althans valt volgens het subonderdeel in dat geval zonder nadere motivering, die volgens het subonderdeel ontbreekt, niet in te zien waarom niet aan de andere in art. 4:112 Awb genoemde vereisten dan het in art. 4:112 lid 3 Awb genoemde vereiste zou zijn voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 43426 tot 44205.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75 | shasum -a 256