Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.

Subonderdeel 3.1 klaagt dat het hof heeft miskend dat [verweerder] de verschuldigdheid van de dwangsommen niet heeft betwist. Uit art. 5:33 Awb volgt dat indien een last onder dwangsom wordt overtreden van rechtswege (een) dwangsom(men) word(t)(en) verbeurd. [verweerder] heeft erkend dat de last is overtreden en dat het maximale bedrag aan dwangsommen is verbeurd. Weliswaar heeft [verweerder] betwist dat de Gemeente de verbeurde dwangsommen kan invorderen, maar de verschuldigdheid van het maximale bedrag aan dwangsommen heeft hij niet betwist. Daarmee is sprake is sprake van erkenning van het bestaan van deze geldschuld. Daaraan doet niet af dat [verweerder] zich op het standpunt heeft gesteld dat deze niet kan worden ingevorderd. Voor erkenning als bedoeld in art. 4:105 lid 2 Awb is, althans in gevallen als het onderhavige, niet vereist dat ook het bestaan van de invorderingsbevoegdheid wordt erkend, aldus nog steeds het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 47039 tot 48047.