Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:3.

“3.3.5 Uit deze toelichting volgt niet, anders dan het hof veronderstelt, dat slechts sprake is van erkenning in de zin van artikel 4:105 Awb wanneer wordt erkend dat het bestuursorgaan invorderingsbevoegd is. Uit de toelichting blijkt duidelijk dat het gaat om de erkenning van het verschuldigd zijn van de dwangsommen (het bestaan van de materiële geldschuld) als zodanig . Er staat immers dat het gaat om “handelingen of gedragingen van de schuldenaar waaruit blijkt dat hij zijn schuld erkent”. Het voorgaande heeft het hof miskend door te oordelen dat van erkenning (reeds) geen sprake was, nu [verweerder] de invorderingsbevoegdheid van de gemeente heeft betwist.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7a0c039d36f211246e62801d1f2ffb8c49486b870d29738d948d132accf2f75, en de alinea staat in dat document op bytes 49605 tot 50366.